dinsdag 4 april 2017

Selectie(f) (gastblog)




Járen geleden stond ik met mijn broer in een winkel van Raf HiFi in de Rijnstraat in Amsterdam. In één van de glazen ruimtes werd op een groot scherm de film The Abyss getoond. Ik kende die film niet, ik kon het geluid niet horen want ik stond aan de andere kant van de glazen wand, ik kon alleen maar versteend naar het scherm turen. Want ik had al wel snel door dat het niet helemaal vanzelfsprekend was dat iemand in een speciaal drukpak zou stappen, in plaats van zuurstof een vloeistof zou ademen en vervolgens heel diep zou afzakken in de oceaan. Het blauwige licht in combinatie met het heel langzaam (althans in beeld) afzakken gaf een extreem beklemmend gevoel, het gevoel van onontkoombaarheid. Niet lang daarna kochten wij de film op laserdisk (ja, kindertjes, dat bestond nog in die tijd :-) ) en heb ik vele malen, elke keer weer gefascineerd, naar verschillende scenes uit deze film gekeken.


Dat beklemmende, onvermijdelijke gevoel overviel mij ook tijdens het lezen van Roodvonk, de nieuwste roman van de hand van Sybold Deen (Lycka till Förlag). In deze roman staat de allereerste bemande missie naar Mars centraal, in 2037/2038. Aan boord van het ruimtestation zijn zes personen: twee Russen, twee Amerikanen, twee Europeanen. Deze continenten/landen doen hun uiterste best om China voor te blijven in het ontdekken en veroveren van de ruimte.

De roman is ingedeeld in het genre thrillers (met een science fiction ondertoon), maar naar mijn idee is het veel meer dan dat. Uiteraard is er de spanning hoe de onderlinge verhoudingen tussen de astronauten liggen, wat zij meemaken in de tijd dat zij aan elkaar overgeleverd zijn. En als er dan vreemde voorvallen zijn en het uiteindelijk bijna gaat lijken op een afvalrace à la Tien kleine negertjes van Agatha Christie, bouwt de spanning van het hoe-wat-wie-waarom steeds verder op. De ondertitel "verder van huis" had niet beter gekozen kunnen worden! Maar de meerwaarde zit wat mij betreft toch echt in de onderlinge discussies en de af en toe filosofische gedachten van de astronauten en de betrokken personen op aarde.
Een rode draad is het psychologische aspect: hoe selecteer je mensen die voor een hele lange tijd met elkaar en alleen maar met elkaar moeten leven? Hoe test je of iemand daadwerkelijk bestand is tegen de stress van niet direct kunnen reageren op gebeurtenissen die hier op aarde plaatsvinden? Tijdens hun verblijf op Mars (na een reis van 9 maanden) verloopt niet alles van een leien dakje. Daarmee worden de onderlinge verhoudingen op de proef gesteld. En als je dan helemaal alleen in de ruimte bent, wie kun en wil je dan nog vertrouwen? Sommige astronauten kennen elkaar al vanuit hun eerdere opleiding en selectieperiodes, maar de vraag is natuurlijk wanneer je iemand daadwerkelijk ként. En misschien ligt nog dieper de vraag in hoeverre je jezelf kent. Zou het kunnen dat door extreme druk en onverwachte omstandigheden er in jouw eigen karakterstructuur een zorgvuldig verborgen gehouden klepje open gaat?

In deze roman is eindverantwoordelijke op het gebied van de selectie Jessica. En Jessica is natuurlijk zelf ook maar een mens, met alle sterke en zwakkere eigenschappen die daarbij horen. Wat mij aansprak in Roodvonk is dat het leven (op aarde) doorgaat, ook na het einde van de missie. Dus er is aandacht voor de impact van de gebeurtenissen op een aantal van de hoofdpersonen. Dit maakt dat het geheel best realistisch aanvoelt. De diverse personen komen steeds afzonderlijk per hoofdstuk aan het woord. Dat is even wennen in het begin, maar geeft uiteindelijk een goed beeld van hoe een ieder zich positioneert.

Een ander in het oog springend element in Roodvonk is de vraag hoe om te gaan met informatie. Stel er gebeurt iets ernstigs op aarde, moeten de astronauten daarover dan ingelicht worden? Maar met name ook andersom: als er gedurende de missie hoogte- of dieptepunten zijn, wat betekent dat dan voor hier, op aarde. En stel nu eens dat de missie totaal anders verloopt dan verwacht en gepland, hoe voorkomen we dan paniek op aarde. En is daarmee de missie van één van de astronauten dan alsnog geslaagd? Want wat betekent het eigenlijk dat wij, als mensheid, op zoek gaan naar leven buiten onze eigen planeet? Zijn wij daarin uniek? Tussen de hoofdpersonen is er uiteraard de discussie wat het eventueel ontdekken van leven zou kunnen betekenen voor ons én voor die andere levensvorm.
Roodvonk als ziektevorm is zeer besmettelijk. Als een astronaut ziek wordt, is het van levensbelang om te weten of dit door een (bekende) bacterie of virus komt. En er moet zo goed mogelijk vastgesteld worden of deze ziekte in quarantaine kan worden gehouden. Roodvonk als roman roep heel veel vragen op. Vragen die ook in het boek aan de orde komen, maar niet in het verhaal beantwoord (kunnen) worden. Dus dat maakt dat je als lezer heerlijk "los" kan gaan in eigen mening, eigen opvatting, eigen toekomstverwachtingen.
Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Deze blogpost verscheen (in een nog iets langere versie) eerder op www.theonlymrsjo.nl.

dinsdag 7 maart 2017

Hamed, een shovel en de bibliotheek


Bibliotheken doen zoveel meer dan boeken uitlenen.
Alleen, hoe maak je dat duidelijk?

Al een tijd hebben we in de bibliotheek een "Taalcafé". Mensen die niet in Nederland geboren zijn kunnen er oefenen met de Nederlandse taal. Er komen mensen uit Ghana, Duitsland, Afghanistan, China, de VS, noem de landen maar op. In Langedijk wonen meer verschillende nationaliteiten dan je misschien zo denkt.

Ook al een tijdje is er in de bibliotheek een Walk & Talk voor werkzoekenden. Mensen die op zoek zijn naar werk krijgen tips van deskundigen over bijvoorbeeld een goed cv, netwerken, dat soort dingen. Ook praten ze met elkaar over hun ervaringen. En ze peppen elkaar op.

Wat weken terug organiseerden we een ontmoeting tussen bezoekers van het taalcafé en medewerkers van Halte Werk, de gemeenschappelijke sociale dienst van Langedijk, Heerhugowaard en Alkmaar. Na afloop wisten de taalcaféers beter wat er wel en niet kon en mocht en de Haltewerkers begrepen de problemen van de nog-niet-zo-goed-Nederlands-sprekenden beter.

Wordt het misschien nog wat leuker, dit stukje?

Hamed komt uit Aleppo, dat lijkt me verder wel genoeg informatie. In Syrië werkte Hamed met shovels en van die enorme vrachtwagens. Hamed vindt dat het mooiste werk dat er bestaat. Hij gaat er serieus blij van kijken als hij het heeft over dat werk.
Tijdens het gesprek met Halte Werk hoorde Hamed over de mogelijkheden van een stage. En daar werd hij helemaal enthousiast van. Een stage bij een bedrijf dat met shovels werkt. Dat leek hem helemaal fantastisch. Dus hielpen we hem met het zoeken naar wat bedrijven hier in de buurt.

Maar ook voor een stage moet er een brief komen, en een cv. Nu weten we bij de bibliotheek door de Walk & Talk ook wat meer over het moderne solliciteren, dus konden we Hamed vertellen dat er wel een goede foto op zo'n cv moet.

De volgende dag liep Hamed buiten met zijn dochtertje en, toeval zal het niet zijn, hij kwam een shovel tegen. En dus werd het de foto boven dit stukje die iets ook op zijn cv terecht kwam. In de bibliotheek werd hij nog wat geholpen met zijn brief, "Nee, je moet het zelf tikken, wij kijken wel of het goed gaat" en zijn cv.

Bijna met kerende email kreeg Hamed reactie van een bedrijf. Of hij langs wilde komen om te praten over zijn stage. En of hij eigenlijk niet wilde komen werken, als baan. Dat laatste is wat lastig want Hamed moet zijn inburgeringsexamen nog doen. Maar toch, het is wel een begin

Als ik het goed begrepen heb ging het gesprek helemaal goed en werd er al vlug gepraat over welke shovel je nu voor welke klus het best kon gebruiken.

En ja hoor, de bibliotheek leent nog steeds heel erg graag boeken en andere dingen uit. Dat blijven we ook gewoon doen. Alleen doen we dus ook nog wat andere dingen. Ook als je verder niets met shovels hebt trouwens.

Ton

donderdag 16 februari 2017

Welk boek?



'Er is weer een boek zo'n boek voor je.'
'Zo'n boek?'
'Zo'n boek dat je moet lezen.'
'Welk boek is het?'
'Wacht even, dan moet ik even de envelop openscheuren.'
'Nou?'
'Rustig, alsof je al niet genoeg boeken hebt zeg.'
'Je kunt er nooit genoeg op voorraad hebben hoor.'
'Jaja, dat zeg je van cd's ook al. Maar, het heet "De woensdagclub" van een Westö.'
'Nooit van gehoord. Leuk.'

Welkboek is zo'n stukje bibliotheekwerk waar je niet zo veel over hoort. Misschien is het ook niet zo super sexy als een landelijke catalogus of iets anders met heel veel afkortingen dat maar niet af wil komen maar waar wel stapels papier over geproduceerd worden die slechts door enkelingen gelezen worden ...

(Je moet eens ophouden met die eindeloze zinnen waar geen eind aan te breien is. Begin eens overnieuw)

Over Welkboek hoor je te weinig.

(Kijk, dat is beter. Lekker kort ook)

Hoewel je in bibliotheken tegenwoordig van alles kunt doen komen er veel mensen nog steeds, of ook om een boek te lenen. Maar welk boek?

Je hebt mensen die precies weten wat ze willen lezen, die komen er zelf wel uit. Je hebt mensen die graag met de ogen dicht zomaar een boek uit de kast pakken, ook klaar.
Maar, wat nu als je weet dat je graag boeken leest die in Zuid Amerika spelen, of dat je van heel grappige gewelddadige boeken houdt, wat dan?
Die mensen komen met Welkboek een stuk dichter bij een mooie titel van een boek.

Ik denk dat ik een jaar of twee terug mijn eerste Welkboek proeflezersdag had. Een ernstig surrealistische ervaring was dat. Geklemd tussen twee dagen die alleen maar over zwaar bedreigende  bezuinigingen gingen zat ik plots een hele dag te praten over boeken en hoe je gegevens in Welkboek moest plaatsen. Een hele dag!
Maar, lezen voor Welkboek is dan ook een serieuze zaak.
Een paar maal per jaar valt er een willekeurig boek in mijn brievenbus. Het kan van alles zijn. Literatuur, een detective, iets met buitenaards leven (al is dat laatste me tot nu toe gelukkig bespaard gebleven). Dat lees ik dan. En verwerk de kenmerken en andere dingen. Al klinkt dat verdacht simpel.
Ik ken lezers voor Welkboek die midden in de nacht uit bed springen om toch nog een woord of wat te veranderen in de tekst die ze over een boek schreven. Zelf wroet ik met regelmaat wanhopig met handen in mijn haar als ik voor een een gelezen boek een parallel iets zoek.
Ja, lezen voor Welkboek is een serieuze zaak.

Al is dat natuurlijk ook het mooiste van Welkboek. Levende mensen lezen een boek. Ze voeren een impressie in, zoeken een citaat uit, bepalen of en hoe gewelddadig, grappig en nog wat dingen het boek is. Gebruikers van Welkboek kunnen dan met het simpel verschuiven van wat schuifjes op een website hun voorkeuren invullen.

En nergens is er een algoritme te bespeuren!

Klaar. Verpletterend eenvoudig.

Mocht u af en toe in een bibliotheek komenn, gebruik Welkboek als u eens uit uw leesbubbel wil komen. Bijkomende mooiigheid, in Welkboek vindt je boeken die vaak niet zo wereldomvattend bekend zijn.

En je kunt er mooie dingen als "Is er ook een boek dat speelt in een denkbeeldig land, met een vrouwelijke hoofdpersoon die niet ouder is dan 25?" mee uitproberen.

(Ja, ik heb het uitgeprobeerd)

Welkboek, gebruik het eens wat vaker. Want ook voor deze dienst geldt, als hij niet genoeg gebruikt wordt moet je maar afwachten of hij wel blijft bestaan.

Zo, dat was de promotie, veertien keer Welkboek (15 nu) genoemd in een stukje. Het lijkt wel marketing. Maar Welkboek (16) verdient wat meer bekendheid.

ik ga weer verder met dat boek Westö. Fijn boek, over Finland. Wist u dat er na de eerste wereldoorlog in Finland een burgeroorlog heeft gewoed? 37.000 doden. In Finland!
Alweer iets dat ik niet wist.



Ton

vrijdag 27 januari 2017

Mijn broeders hoeder? (gastblog)




Hoe kan het toch dat een romanverhaal over twee jongens die in een gezin opgroeien dat op geen enkele manier lijkt op het gezin waarin ik ben opgegroeid, over levens die op het overlijden van een moeder na, in zo goed als niets overeenkomen met mijn eigen leven, toch zó "dichtbij" voelt? Dat is namelijk het geval met de nieuwste roman van André Platteel met de titel Net veertien (uitgever Magonia).

Het boek bestaat in principe uit twee delen. Het eerste deel heeft als jaartal 1983 en draait om Jonathan/Jonas, die op dat moment net 14 is. Het tweede deel speelt zich af in 1991 en wordt verteld vanuit de dan 14-jarige Stefan/Steef, het broertje van Jonas. Tot zo ver niets bijzonders. Het briljante zit in de manier waarop de schrijver die twee werelden laat overlappen. Doordat in het tweede gedeelte voorvallen uit het verleden vanuit de ogen van Steef worden herhaald, geeft dit een extra verdieping aan wat er mogelijkerwijs gebeurd is. En je merkt meteen de eigen invulling door de twee verschillende jongens, waardoor er ruimte ontstaat om er zelf nog weer anders tegen aan te kijken. Immers de gedachte- en belevingswereld van een puber is anders dan die van een jongvolwassene en nog weer anders dan de denkstructuren van een volwassene.

Jonathan is eigenlijk een dromer. Hij groeit op met een vaak dronken vader, een lieve maar niet altijd doortastende moeder en een klein broertje dat enorm tegen hem op kijkt. Als net-veertienjarige ontdekt Jonas zijn eigen lichaam, hoe dat op bepaalde handelingen reageert en krijgt hij interesse in meisjes en sex. Hij gaat om met een aantal jongens die, kortweg, niet bepaald een opvoedkundig verantwoorde houding hebben. Er is sprake van heel veel geweld, veel vechten en niet alleen maar bekvechten en die agressieve houding beperkt zich niet tot de jongeren. Al met al een milieu dat mij uiteraard deed terugdenken aan de roman van Alleen met de goden van Alex Boogers (Podium). Daarin gaat het om de jonge Aaron die ook opgroeit aan de onderkant van onze samenleving en zich letterlijk een weg naar zijn toekomst vecht. Ik wéét dat dit de harde werkelijkheid is, verbijsterend om te lezen en dankbaar stemmend dat ik in een totaal andere omgeving en milieu mocht opgroeien. Natuurlijk weet ik dat ook "in mijn tijd" niet al mijn leeftijdgenoten gespaard werden van ruziemakende ouders en karakterveranderingen door overmatig alcoholmisbruik. Ik vraag mij vaak af wat voor invloed zo'n thuissituatie heeft op iemands verdere ontwikkeling.


Ik voelde ondanks alles al heel snel een diepe sympathie voor Jonathan. Zijn worsteling om te ontdekken wie hij is, zijn zoektocht door de literatuur (je zou iedereen zo'n betrokken leraar Nederlands toewensen), zijn onbegrip over en onmacht om te begrijpen hoe en waarom volwassenen reageren zoals zij reageren, ik vond het heel herkenbaar in beeld gebracht. Broertje Steef is net nog wat te jong voor Jonas, dus beiden staan er uiteindelijk alleen voor om hun plek in het leven te ontdekken en de manier waarop zij heftige gebeurtenissen, zoals het overlijden van hun moeder, verwerken.

Hoewel deel 2 als hoofdpersoon Steef heeft, lijkt het er toch vaak op dat het eigenlijk door Jonathan is vormgegeven. Terwijl Steef doodziek in het ziekenhuis ligt, denkt hij terug aan zijn leven. En daardoor ontstaat er op een aantal punten een prachtige overlap met de geschiedenis van Jonas, maar tevens daardoor een invulling van de tussenliggende periode. Een roerige periode waarin de onderlinge verstandhoudingen in de familie en meer specifiek de relatie tussen vader en zijn zonen danig op de proef worden gesteld. Jonas voelt zich enorm verantwoordelijk voor zijn broertje (en voor zijn vader, ook al ligt dat dus allemaal wat gevoeliger en genuanceerder). Vader heeft het door het overlijden van zijn vrouw ook niet makkelijk. Hij was dol op zijn vrouw en heeft altijd geleefd in de angst dat zij bij hem weg zou gaan op de momenten dat hij zijn zelfcontrole weer eens volledig kwijt was.
Natuurlijk is het diep triest dat een veertienjarige jongen ongeneeslijk ziek is. De manier waarop dat wordt beschreven, maakte dat ik af en toe even flink moest slikken om het brok in mijn keel weg te krijgen. Maar toch was dat verdriet niet het overheersende gevoel. Wat voor mij overheerst is de wil en drang om Jonathan te overtuigen van zijn "plicht" om te gaan léven. Niet in het verleden blijven hangen. Het verleden kun je niet uitgummen, maar uiteindelijk bepalen jouw handelingen en keuzes in het heden hoe jij je verder ontwikkelt en hoe je in het leven staat.

Qua sfeer en boodschap lijkt deze roman voor mij op het gevoel dat is blijven hangen na het lezen van Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt (Nieuw Amsterdam). Ook daarin hebben bepaalde gebeurtenissen een immense impact op het leven van de hoofdpersoon en moet ook die leren om door te gaan en verantwoordelijkheid voor het eigen hier en nu te nemen.

Net als bij de vorige roman van André Platteel (Alles hiervoor, uitgegeven bij de Arbeiderspers) werd ik gegrepen door zijn schrijfstijl. Met name door alles wat hij niet schrijft, maar wat tussen de regels door valt te begrijpen pakte mij helemaal in en sleurt hij mij mee (zonder weerstand mijnerzijds :) ).

Mijn moeder is overleden toen ik net 15 was. Hoewel haar overlijden als een donderslag bij heldere hemel kwam, dus er geen (lang) ziekbed is geweest, kwam tijdens het lezen van Net veertien toch weer het een en ander flink omhoog. Ook ik werd weer gedwongen om na te denken over de boodschap om te gaan staan en rechtop te gaan lopen, werkelijk te leven. Dat is een aansporing die in mijn beleving voor een ieder van ons geldt.

Veel leesplezier!
theonlymrsjo

Deze blogpost verscheen eerder op www.theonlymrsjo.nl