donderdag 3 augustus 2017

Biebhond



Robin Corbee is spastisch, ze zit in een rolstoel en ze beschreef haar leven ooit eens als "fanspastisch".

Sinds een paar maanden werkt Robin als vrijwilligster voor de Bibliotheek Langedijk. Over het hoe en wat schreef ze een stukje, dat staat hieronder. Robin is blij met wat ze doet, wij zijn blij met haar. En hulphond Bindi vindt het ook fijn. Iedereen wint.

Robin schrijft vaker stukjes. Misschien ook nog wel voor op dit blog. Maar nu staan ze in ieder geval op haar facebookpagina.


Biebhond 

De bibliotheek is altijd mijn favoriete toevluchtsoord geweest. Ik vind het heerlijk om rond te dwalen in een ruimte gevuld met talloze verhalen. Mocht het schrijven niet lukken, zag ik mezelf wel in de bieb werken. De bibliothecaressen in Schoorl begrepen mijn passie, maar twijfelden. Wat kon ik voor hen betekenen in mijn grote, logge rolstoel? Ik kon maar bij een paar boekenkasten en waarschijnlijk zou ik meer boeken laten vallen dan goed terugzetten. Het was een harde beredenering, maar ik begreep het wel. Deze droom moest ik maar laten varen. 

Tenminste, totdat mijn jobcoach mijn liefde voor de bieb opmerkte. ‘De bibliotheek in Langedijk zoekt vrijwilligers,’ vertelde ze, ‘misschien is het iets voor jou.’ Ik knikte, het was zeker een gesprek waard. Bij binnenkomst voelde ik direct dat het goed zat. De bieb was ruim, ik kon zonder problemen ronddwalen. En Bindi, die het nooit zo op bibliotheken had, mocht los rondsnuffelen. De klik bleek wederzijds. ‘Je past niet bij onze standaardvrijwilligers, vrees ik,’ bekende bibliothecaresse Karen, ‘maar ik heb wel hulp nodig tijdens de Kinderboekenweek. Lijkt dat je wat?’ Mijn brede grijns sprak boekdelen. Twee maanden later was ik terug, om research te doen over waar kinderen tegenwoordig van griezelen. Ondertussen vermaakte Bindi zich prima in de speelhoek. 

Ja, mijn biebhond en ik voelen ons thuis tussen de boeken in Langedijk. Zo zie je maar weer, met een beetje creatief denkwerk is een happy end vaak binnen handbereik. Wie weet, misschien krijgt dit verhaal nog wel een staartje.

dinsdag 18 juli 2017

Werelden in botsing (gastblog)




Genres, categorieën, stromingen, leeftijdsindicaties, hokjes. Ik snap heus wel dat dit nodig is om een lezer een beetje houvast te geven in de gigantische stroom publicaties die elke maand op de markt verschijnen. Maar diep van binnen heb ik er een hekel aan. Ik ben een redelijk autonome lezer, ik wil mijn eigen keuzes maken welke boeken ik lees en waarom. 

Voorgeschreven typeringen lap ik bij voorkeur aan mijn laars :) Zo kan het gebeuren dat ik mij verdiep in een roman die absoluut zal worden ingedeeld bij kinder- en/of jeugdboeken. De hoofdpersoon in De brieven van Mia (geschreven door Astrid Sy) is namelijk een 11-jarig meisje, Laila. Laila is met haar moeder, zusje en broertje gevlucht uit Syrië en na vele omzwervingen woont zij momenteel in een asielzoekerscentrum in Almere. Haar vader is "achtergebleven" in Syrië, hij is opgepakt en zit gevangen.

Laila krijgt op school les over de Tweede Wereldoorlog, de nazi's, de Jodenvervolging en de vernietigingskampen. Het kan haar eigenlijk niet echt boeien; zij heeft genoeg te stellen met haar eigen situatie en de onzekerheid over het lot van haar vader. Als schoolopdracht moet zij huishoudelijke klusjes gaan doen bij een stokoude man, meneer Cohen. Met zo'n achternaam ligt het er natuurlijk duimendik op dat hij een Jood is.

De karakters van meneer Cohen en Laila botsen in eerste instantie flink. Laila wordt naar zolder gestuurd om daar op te ruimen. Zij vindt daar een blikken trommel met oude brieven en bijna zonder dat zij het zelf in de gaten heeft, verliest zij zich in die brieven. Alle brieven zijn afkomstig van een zekere Mia en al gauw is duidelijk dat deze Mia de brieven geschreven heeft in de periode vlak voor en gedurende de Tweede Wereldoorlog én dat deze brieven gericht zijn aan Isa/Izaak, oftewel meneer Cohen.

Lang verhaal kort: zij gaat samen met meneer Cohen op zoek naar Mia. Deze zoektocht brengt hen op diverse plaatsen en uiteindelijk zelfs in Polen, net over de grens met Duitsland. Dat is de streek waar Mia oorspronkelijk vandaan komt. De schrijfster heeft een verfrissende invalshoek gekozen door een jonge vluchtelinge te gebruiken als kapstok om nogmaals aandacht te vragen voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder wat de Joden te verduren kregen. Het is wel bijna de laatste keer dat dit mogelijk is, want hoe verder we in de tijd komen des te kleiner de aanwezigheid van mensen die die periode en geschiedenis daadwerkelijk hebben meegemaakt.

En eigenlijk is "geschiedenis" niet het juiste woord. Laila symboliseert het feit dat ook in de tegenwoordige tijd er nog steeds op grotere of kleinere schaal sprake is van onderdrukking en uitroeiing. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje gemiste kans dat er in dit boek niet meer over de achtergrond van de familie van Laila en de situatie in Syrië naar voren komt. Het blijft toch een beetje ondergeschikt aan de gebeurtenissen van de Joden, terwijl juist meer begrip voor het hier en nu van andere bevolkingsgroepen heel belangrijk is. In het boek komt wel goed naar voren het besef dat er meerdere werelden zijn. Wat wij, in het Westen, als logische kennis beschouwen over ons verleden, is voor personen die in een ander deel van de wereld leven, dat niet automatisch ook. En andersom is dat natuurlijk precies zo. Het benadrukt daarom de noodzaak om met elkaar in contact te zijn en te blijven en met elkaar te communiceren om op die manier meer begrip (en daarmee meer tolerantie) te krijgen voor de opvattingen en overtuigingen van andere personen. 


Door eigenlijk niet te weten hoe het leven van de ander in elkaar steekt, komen "werelden in botsing". Deze aanduiding (en titel van deze blogpost) is afkomstig van een destijds geruchtmakend boek (in Nederlandse vertaling uitgegeven bij AnkhHermes) van Immanuel Velikovsky. Hij schreef in de jaren 50 van de vorige eeuw een aantal controversiële boeken waarin hij zijn (niet door de toenmalige autoriteiten geaccepteerde) visie gaf over de beweging van hemellichamen en de invloed daarvan op de ontwikkeling van onze wereld. Als jij vaker mijn blogberichten leest, zal het jou niet verbazen als ik aangeef dat een aantal van de werken van Velikovsky behoren tot de boekennalatenschap van mijn bijzondere vader.
Natuurlijk is aan de stijl, de opbouw en het slot te merken dat De brieven van Mia een kinderboek is. Als volwassene zet ik mijn vraagtekens bij het feit dat in dit boekje zoveel mensen in hetzelfde huis zijn blijven wonen. En het is wel heel erg zoet om te lezen wie Laila thuis aantreft als zij van haar ontdekkingstocht terug komt. Maar als ik zo'n 40 jaar jonger zou zijn, zijn dat misschien precies de elementen die maken dat ik wel over de inhoud van het boek ga nadenken maar dat ik niet gefrustreerd of verdrietig achterblijf.

De schrijfster heeft mooi weergegeven hoe Laila worstelt met haar emoties, als het ware in zichzelf opgesloten zit en daardoor regelmatig bruusk en ogenschijnlijk brutaal reageert. De rode draad is het waaróm Laila het zo belangrijk vindt om Mia te vinden. Voor haar is extreem belangrijk dat Mia alle verschrikkingen wist te doorstaan of te omzeilen. Dat waarom maakt dit kinderboek voor lezers van alle leeftijden de moeite waard.

Veel leesplezier!

dinsdag 6 juni 2017

Niet voor tere zieltjes (gastblog)




Ik gooi er maar weer eens een flinke dot jeugdsentiment tegenaan: wie kent nog de serie Alias Smith and Jones? Twee oorspronkelijke "outlaws" die het Amerika van het einde van de 19e eeuw onveilig maakten, door het overvallen van treinen, beroven van banken, opblazen van kluizen en nog zo wat. Desondanks populaire jongens, want hun grootste verdienste is dat zij nooit iemand hebben gedood.

Op een gegeven moment willen zij het goede pad opgaan om een rustiger en veiliger leven te hebben. Om gevrijwaard te worden voor de gevolgen van hun bandietenbestaan, moeten zij gedurende een bepaalde periode uit de problemen blijven, totdat de gouverneur het voldoende overtuigend vindt. In die periode mag niemand iets van die deal tussen gouverneur en de mannen weten. Daarom gaan Hannibal Heyes en Kid Curry voortaan door het leven als Joshua Smith en Thaddeus Jones. Uiteraard is het niet eenvoudig om niet op te vallen en is er elke keer weer een precaire situatie waaruit zij zich moeten zien te redden. Ziedaar de ingrediënten voor een spannende en in wezen onschuldige televisieserie. Als kind heb ik er van gesmuld. Het cowboyleven in het Wilde Westen en het vrijbuiterige karakter daarvan heeft mij altijd aangesproken, zelfs in de tijd dat ik op een Amsterdamse bovenwoning, aan huis gekluisterd na de zoveelste heupoperatie, naar deze serie keek. De kiem voor mijn huidige buitenleven is toen al gelegd ;)


 Waarschijnlijk was ik daarom meteen geïnteresseerd in de roman De hemelse tafel van Donald Ray Pollock (in Nederlandse vertaling uitgegeven bij De Bezige Bij). De hoofdlijn draait om de drie broers Jewett: Cane, Chimney en Cob. De historische setting is later dan die van Smith en Jones, namelijk 1917, maar de avonturen zijn er niet minder om.
Na het overlijden van hun moeder heeft vader Pearl de leiding in het gezin. Zoon Cob loopt niet over van intelligentie, Cane droomt van een toekomst in een echt huis met heel veel boeken en een vrouw aan zijn zijde, Chimney wil het liefst zijn primaire driften volgen. Zolang vader, bijzonder godvrezend op een heel eigen wijze, het voor het zeggen heeft, bestaan de levens van de zonen echter uit hard, heel hard werken en veel, heel veel honger en armoede. Als vader redelijk onverwacht overlijdt, zien de jongens hun kans schoon en glippen er vandoor.

Wat er daarna allemaal gebeurt, is niet 1-2-3 samen te vatten! En naast hun verhaallijn zijn er nog tal van andere personages die aan bod komen, de één nog meer illuster dan de ander. Grof geweld, dodelijke schietpartijen (en heus niet allemaal onbewust of onbedoeld), afslachtingen, hoererij, afpersing, diefstal, noem het op en het zit in dit boek. Over de karakters van de broers is al meer dan genoeg na te denken, maar wat dacht je van een inspecteur van toiletten (met een iets uit de kluiten gewassen "lichaamsdeel"), een barman die naar hartelust zijn gasten opsluit en in stukjes snijdt (en hun tanden in een potje bewaart), een homoseksuele luitenant die niet kan wáchten om naar het oorlogsgebied van Europa te worden gestuurd, een boerenechtpaar dat zich financieel heeft laten oplichten, terwijl hun zoon zwaar aan de drank een liederlijk leven gaat leiden en zo kan ik nog even doorgaan. Grotendeels tot mislukking gedoemde levens, met mensen die geen grip krijgen op hun driften en verlangens, in een keihard en onsamenhangende maatschappij (let op: slechts 100 jaar geleden).

En waar het fijne, vertrouwde bij Smith en Jones was dat niemand voor zijn leven hoefde te vrezen, is dat in De hemelse tafel toch wel een tikkeltje anders. De kans dat de zonen ooit nog eens bij hun vader (en moeder) kunnen aanschuiven aan de hemelse tafel, is dan ook bijkans nul. Desalniettemin was het lezen op en top genieten. De vaart die de schrijver in het verhaal weet te leggen, heeft mij vanaf de allereerste bladzijde meegesleept. Stoppen of een pauze inlassen was geen optie meer. En hoe afwijkend de wereld van toen in mijn ogen ook is, de onderlinge verbondenheid tussen de broers, hun vermogen om de ander te accepteren zoals die is, geeft het geheel toch een extra dimensie. Verwacht geen diep uitgewerkte psychologische analyses, want dat laat de schrijver aan jou als lezer over. Maar Pollock levert wel alle elementen om daar iets mee te doen. Hard, rauw, goor, onacceptabel, verbijsterend en hartverwarmend tegelijk. Aan het eind van de roman kun je voor jezelf invullen hoe het verder gaat. Razend knap hoe de schrijver al die verhaallijnen laat samen komen en op hun plek vallen.


Door het thema van rondzwervende broers, maar zeker ook door de onderkoelde toon, door de prachtig verdekt verwerkte droge humor moest ik (uiteraard) terugdenken aan de roman die ik in 2012 gelezen heb van Patrick DeWitt met als titel De gebroeders Sisters (Nijgh & van Ditmar- Singel Uitgeverijen). Dit zijn Charlie en Eli Sisters, in het Amerika van rond 1850. Ook bij hen is het zo dat de één in eerste instantie als huurmoordenaar door het leven wil blijven gaan, terwijl de ander (de ik-persoon) hun levens al veel meer van afstand weet te bekijken en beoordelen. Maar hoe kom je van het ene leven in het andere? Hoe doe je dat zonder jezelf of dierbaren letterlijk of figuurlijk te verliezen? Toen ik deze roman destijds las, had ik geen idee wat ik kon verwachten. Ik verwachtte misschien wel een soort Smith & Jones-verhaal. Dat is het zeker niet. Pas achteraf ga ik deze roman steeds meer op waarde schatten.

Strikt genomen vallen beide romans buiten de lijntjes van mijn gebruikelijke leesgedrag. Maar oh hoe fijn en verruimend is het om af en toe grensoverschrijdend bezig te zijn! Juist dit soort boeken onderstreept voor mij weer extra hoe fijn lezen en ontdekken is. Doe jij met mij mee?

Veel leesplezier!
theonlymrsjo
(deze blogpost verscheen eerder op mijn boekenblog www.theonlymrsjo.nl)

woensdag 3 mei 2017

Gevonden








We vinden wat af in de bibliotheek zo soms. Boekenleggers, zakdoeken, kleine speelgoedjes, tassen, een enkele sjaal en soms een muts.

En we vinden boeken.
Al lijkt dat een beetje een inkoppertje.
Bibliotheek. Boeken.

Maar ik bedoel dus dat we hier soms boeken vinden die helemaal niet van ons zijn. Ik gok dat dat dan een beetje gaat als "Pak jij vlug de boeken, we gaan naar de bibliotheek!" en dat er dan tijdens het bij elkaar graaien van de bibliotheekboeken ook nog een eigen boek in de stapel terecht komt.

En die boeken komen wij dan weer tegen.
We herkennen ze genadeloos. En houden ze apart. Want ze zijn helemaal niet van ons
Ik heb wat er nu is even op twee foto's gezet.

Mocht u een boek herkennen en denken "O, daar is dat boek dus gebleven", laat het even weten als u weer langs komt.




dinsdag 4 april 2017

Selectie(f) (gastblog)




Járen geleden stond ik met mijn broer in een winkel van Raf HiFi in de Rijnstraat in Amsterdam. In één van de glazen ruimtes werd op een groot scherm de film The Abyss getoond. Ik kende die film niet, ik kon het geluid niet horen want ik stond aan de andere kant van de glazen wand, ik kon alleen maar versteend naar het scherm turen. Want ik had al wel snel door dat het niet helemaal vanzelfsprekend was dat iemand in een speciaal drukpak zou stappen, in plaats van zuurstof een vloeistof zou ademen en vervolgens heel diep zou afzakken in de oceaan. Het blauwige licht in combinatie met het heel langzaam (althans in beeld) afzakken gaf een extreem beklemmend gevoel, het gevoel van onontkoombaarheid. Niet lang daarna kochten wij de film op laserdisk (ja, kindertjes, dat bestond nog in die tijd :-) ) en heb ik vele malen, elke keer weer gefascineerd, naar verschillende scenes uit deze film gekeken.


Dat beklemmende, onvermijdelijke gevoel overviel mij ook tijdens het lezen van Roodvonk, de nieuwste roman van de hand van Sybold Deen (Lycka till Förlag). In deze roman staat de allereerste bemande missie naar Mars centraal, in 2037/2038. Aan boord van het ruimtestation zijn zes personen: twee Russen, twee Amerikanen, twee Europeanen. Deze continenten/landen doen hun uiterste best om China voor te blijven in het ontdekken en veroveren van de ruimte.

De roman is ingedeeld in het genre thrillers (met een science fiction ondertoon), maar naar mijn idee is het veel meer dan dat. Uiteraard is er de spanning hoe de onderlinge verhoudingen tussen de astronauten liggen, wat zij meemaken in de tijd dat zij aan elkaar overgeleverd zijn. En als er dan vreemde voorvallen zijn en het uiteindelijk bijna gaat lijken op een afvalrace à la Tien kleine negertjes van Agatha Christie, bouwt de spanning van het hoe-wat-wie-waarom steeds verder op. De ondertitel "verder van huis" had niet beter gekozen kunnen worden! Maar de meerwaarde zit wat mij betreft toch echt in de onderlinge discussies en de af en toe filosofische gedachten van de astronauten en de betrokken personen op aarde.
Een rode draad is het psychologische aspect: hoe selecteer je mensen die voor een hele lange tijd met elkaar en alleen maar met elkaar moeten leven? Hoe test je of iemand daadwerkelijk bestand is tegen de stress van niet direct kunnen reageren op gebeurtenissen die hier op aarde plaatsvinden? Tijdens hun verblijf op Mars (na een reis van 9 maanden) verloopt niet alles van een leien dakje. Daarmee worden de onderlinge verhoudingen op de proef gesteld. En als je dan helemaal alleen in de ruimte bent, wie kun en wil je dan nog vertrouwen? Sommige astronauten kennen elkaar al vanuit hun eerdere opleiding en selectieperiodes, maar de vraag is natuurlijk wanneer je iemand daadwerkelijk ként. En misschien ligt nog dieper de vraag in hoeverre je jezelf kent. Zou het kunnen dat door extreme druk en onverwachte omstandigheden er in jouw eigen karakterstructuur een zorgvuldig verborgen gehouden klepje open gaat?

In deze roman is eindverantwoordelijke op het gebied van de selectie Jessica. En Jessica is natuurlijk zelf ook maar een mens, met alle sterke en zwakkere eigenschappen die daarbij horen. Wat mij aansprak in Roodvonk is dat het leven (op aarde) doorgaat, ook na het einde van de missie. Dus er is aandacht voor de impact van de gebeurtenissen op een aantal van de hoofdpersonen. Dit maakt dat het geheel best realistisch aanvoelt. De diverse personen komen steeds afzonderlijk per hoofdstuk aan het woord. Dat is even wennen in het begin, maar geeft uiteindelijk een goed beeld van hoe een ieder zich positioneert.

Een ander in het oog springend element in Roodvonk is de vraag hoe om te gaan met informatie. Stel er gebeurt iets ernstigs op aarde, moeten de astronauten daarover dan ingelicht worden? Maar met name ook andersom: als er gedurende de missie hoogte- of dieptepunten zijn, wat betekent dat dan voor hier, op aarde. En stel nu eens dat de missie totaal anders verloopt dan verwacht en gepland, hoe voorkomen we dan paniek op aarde. En is daarmee de missie van één van de astronauten dan alsnog geslaagd? Want wat betekent het eigenlijk dat wij, als mensheid, op zoek gaan naar leven buiten onze eigen planeet? Zijn wij daarin uniek? Tussen de hoofdpersonen is er uiteraard de discussie wat het eventueel ontdekken van leven zou kunnen betekenen voor ons én voor die andere levensvorm.
Roodvonk als ziektevorm is zeer besmettelijk. Als een astronaut ziek wordt, is het van levensbelang om te weten of dit door een (bekende) bacterie of virus komt. En er moet zo goed mogelijk vastgesteld worden of deze ziekte in quarantaine kan worden gehouden. Roodvonk als roman roep heel veel vragen op. Vragen die ook in het boek aan de orde komen, maar niet in het verhaal beantwoord (kunnen) worden. Dus dat maakt dat je als lezer heerlijk "los" kan gaan in eigen mening, eigen opvatting, eigen toekomstverwachtingen.
Veel leesplezier!

theonlymrsjo

Deze blogpost verscheen (in een nog iets langere versie) eerder op www.theonlymrsjo.nl.